Drie mannen over werken in de zorg

De banen in de sector liggen voor het oprapen, maar toch kiezen maar weinig mannen voor een opleiding en carrière in de zorg. Drie jonge mannelijke zorgprofessionals uit de regio vertellen over hun werk, ambities en de hardnekkige vooroordelen over een ‘vrouwenwereld’. En ze geven antwoord op de vraag waarom juist méér jongens moeten kiezen voor een loopbaan in een verpleeghuis, de wijkverpleging of het ziekenhuis. ,,Wil je er voor andere mensen zijn, er echt toe doen. Kies dan voor een opleiding in de zorg. Volg je hart.’’

Menno Braber (30) woont in Dordrecht en is zorgregisseur in verpleeghuis Waerthove in Sliedrecht. ,,Toen ik klaar was met het voortgezet onderwijs, wist ik niet zo goed wat ik wilde. Techniek vond ik leuk. En toen ik zo’n beroepentest deed, kwamen daar ‘houtbewerking’ en ‘de zorg’ uit. Een lastige combi, haha. De zorg leek me niet interessant. Dat terwijl ik de sector goed ken. Allebei m’n ouders werken er.’’

,,Ik koos voor een opleiding interieurbouw, die ik heb afgerond. Daarna heb ik ook drie jaar als interieurbouwer gewerkt. Ik maakte bijvoorbeeld de interieurs voor winkels. Maar had eigenlijk altijd al twijfels. ‘Is dit het nou?’’’

,,Waar dat gevoel vandaan kwam, wist ik in het begin niet goed. ‘Misschien gaat het wel weg’, dacht ik. Ik kreeg een vast contract, mocht niet klagen. Voor mezelf kwam ik erachter dat ik het contact met mensen miste. Toen begon ik over een overstap naar de zorg na te denken. En besloot ik uiteindelijk om die switch te maken. Dat was best een pittige beslissing. Collega’s krabden zich ook wel even achter de oren: ze dachten dat ik gek geworden was, haha.’’

Belangrijk en waardevol

,,Vervolgens ben ik begonnen met een BBL-opleiding, werken en leren tegelijk. En kwam ik bij de ouderenzorg terecht. Wat dit werk zo mooi maakt? Je maakt iemand mee in de laatste fase van zijn of haar leven. Om dan voor iemand te mogen zorgen, is zo ontzettend belangrijk en waardevol.’’

,,Ik werk alleen op een afdeling, met acht bewoners. Als zorgregisseur, dat betekent dat ik wat meer verantwoordelijkheden draag en veel contact heb met bijvoorbeeld de familie van bewoners. Ik ben de enige jongen op de zeven afdelingen in dit deel van Waerthove. We hebben veel bewoners met dementie, maar mijn gezicht en naam blijven om die reden blijkbaar beter hangen. Ik word vaak herkend. Je merkt wel dat de zorg wordt gezien als vrouwenwereld. ‘Dat had ik nooit achter je gezocht’, hoor ik vaak van mensen als ik vertel wat ik doe. Aparte opmerking, eigenlijk.’’

,,In mijn vrije tijd ben ik graag bezig met filmpjes, bijvoorbeeld van de vakanties die mijn vriendin en ik maken. Die draai ik dan helemaal in elkaar. Af en toe is die afleiding ook wel nodig. Mensen komen te overlijden en dat is soms zwaar. Toch moet je daar als professional een manier in vinden om mee om te gaan.’’

,,Ik haal elke dag voldoening uit m’n werk. Ik ben niet alleen bezig met zorg verlenen, maar ook met praatjes maken, spelletjes doen. Er zíjn voor mensen. Dat maakt het vak bijzonder. Je kunt zeggen dat ik mijn roeping gevonden heb. Spijt van mijn swich heb ik nooit gehad. Of mijn technische achtergrond nog van pas komt? Soms. Als er hier een klusje moet gebeuren doe ik dat lekker zelf.’’

Contact met mensen

Jordey de Vries (22) komt uit Rotterdam en werkt in Alblasserdam als wijkverpleegkundige in opleiding. ,,Ik heb anderhalf jaar in een ziekenhuis gewerkt, als medisch technicus. Daarvoor deed ik een opleiding medische techniek. En zei ik altijd: ‘Verpleegkunde, dat is niets voor mij’. Maar in het ziekenhuis werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. In een ‘jongensberoep’ als technicus ben je heel erg op jezelf aangewezen, contact met mensen is er niet. In de zorg juist wel.’’

,,Ik zeg bewust ‘jongensberoep’, omdat ik merk dat de zorg vaak gezien wordt als ‘iets voor vrouwen’. Familie en vrienden moesten ook ‘wennen’ aan mijn nieuwe baan. Al denk ik wel dat dat verandert. Jongeren zien dat onderscheid niet zo. En toen ik me liet omscholen kwam ik veel meer mensen tegen die niet zo blij waren met hun administratieve of technische baantje. Ook mannen. Van alle leeftijden.’’

,,Momenteel zit ik in het derde jaar van mijn hbo-opleiding. Dat is een duaal traject, wat betekent dat ik drie of vier dagen werk en één dag naar school ga. Sinds juli werk ik in Alblasserdam in de wijkverpleging. Werk met veel vrijheid én verantwoordelijkheid.’’

,,Met je cliënten bouw je een vertrouwensband op. Je bent er voor de zorgverlening, maar bekijkt ook hoe iemand omgaat met bijvoorbeeld eenzaamheid. Hoe meer je mensen leert kennen, hoe beter je je zorg daar ook weer op aansluit. Dat is bij iedereen anders. De ene keer ben ik bij een 93-jarige alleenstaande, de volgende keer bij een Turks gezin. Merken hoe erg je werk gewaardeerd wordt is bijna niet te beschrijven. Dat is fantastisch.’’

Veel gelukkiger

,,Die voldoening zorgt dat ik veel gelukkiger ben nu. En ik ben ook veranderd sinds ik dit werk doe. Ik denk dat je als man meent wat harder te moeten zijn in deze maatschappij, een ‘muur’ om je bouwt. In dit werk gaat dat niet. Je wordt constant geconfronteerd met gevoelens. Van anderen, en ook van jezelf. Je moet omgaan met cliënten met beperkingen, met verdriet, in rouw. Daardoor ga je zelf ook anders tegen het leven aankijken. Een eigen huisje, samen met je vriendin. Een autootje onder je billen. Het is allemaal niet zo vanzelfsprekend.’’

Wat ik zou zeggen tegen jongens die een opleiding of loopbaan in deze sector overwegen? Volg je hart. ‘Gewoon doen’. Wil je er voor andere mensen zijn, er echt toe doen. Kies dan voor de zorg.’’

Gefascineerd door acute zorg

Jorrit de Haas (23) uit Hardinxveld-Giessendam is verpleegkundige chirurgie in het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. ,,Al van jongs af aan ben ik gefascineerd door de acute zorg. Dat is de reden dat ik ben gaan leren voor verpleegkundige. Na het vmbo via de havo, om de hbo-opleiding te kunnen doen. Vorig jaar ben ik afgestudeerd, daarna ben ik in het Beatrixziekenhuis begonnen.’’

,,Ik werk op de afdeling chirurgie. Daar zie je allerlei ziektebeelden, allerlei patiënten. Van een jongere met een trauma, zoals een gebroken arm of been, tot een ouder iemand die komt voor een darmoperatie. Wat ik mooi vind aan het werk is meedenken met de arts. Wat is er aan de hand? Wat is mogelijk? En hoe zorg je dat er geen nieuwe problemen optreden?’’

Goed luisteren en empathisch vermogen

,,Ik heb veel contact met patiënten. Ook na de operatie op de verpleegafdeling. Op een dag heb ik daar soms met wel zes verschillende patiënten te maken. Dan is het voor mij de uitdaging om ervoor te zorgen dat die ook alle zes met een positief gevoel naar huis gaan. Dat ze weten dat naar hen geluisterd is, dat aandacht aan ze is besteed. Goed kunnen luisteren en empathisch vermogen zijn eigenschappen die je moet hebben in dit wereldje.’’

,,Toen ik op deze afdeling begon, was ik de enige man. Inmiddels zijn er twee bij gekomen. Al op de opleiding waren ‘de vrouwen’ veruit in de meerderheid, haha. Of je als man anders wordt benaderd? Dat denk ik wel. Een team met alleen maar vrouwen heeft toch een andere dynamiek. En patiënten maken er ook wel vaak grapjes of opmerkingen over. Je hoort heel vaak: ‘Oh, wat leuk. Een man’.’’

,,Soms denk ik dat er een verkeerd beeld ontstaat van de zorg. Alsof het de hele dag ‘billen wassen’ is. Natuurlijk is dat een onderdeel, het hoort erbij . Maar de zorg is zoveel meer.’’

,,Het mooie is dat je heel breed wordt opgeleid. Werken in een verpleeghuis, de ouderenzorg, het ziekenhuis. Het komt allemaal voorbij tijdens de opleiding. Als verpleegkundige kun je bijna alle kanten op. Je kunt werken op de polikliniek, als anesthesiemedewerker maar bijvoorbeeld ook in het leger of in een managementfunctie. En je kunt verpleegkundig specialist worden. Dan doe je dingen op artsniveau. Dat maakt het toch superinteressant? Dat wil ik zeker meegeven aan iedereen die nadenkt over werken in de zorg.’’

,,In het ziekenhuis en op deze afdeling voel ik me op mijn plek. Hier wil ik de komende tijd ervaring opdoen. Die heb ik nodig, om in de toekomst in de acute zorg terecht te komen. Die droom blijft. Uiteindelijk zou ik het liefste op de Spoedeisende Hulp werken. Dat heeft te maken met de actie, maar ook dat je daar in hele korte tijd heel veel voor iemand kan betekenen. Dat lijkt me enorm waardevol.’’

Bron: AD