Podcast Bouwend Nederland: Hoe ziet de werknemer van de toekomst eruit?

In deze aflevering van de serie Bouwen aan de toekomst, een podcastserie van Bouwend Nederland, bespreekt Eline Ronner hoe de bouwplaatsmedewerker van de toekomst zal evolueren naar een flexibele duizendpoot. Zij doet dat samen met Anne Megens, adviseur beleid en strategie bij werkgeversvereniging AWVN en Barend van Kessel, bestuurslid van Bouwend Nederland en directeur van Van Kessel wegenbouw.

De bouw en infra is nog vooral mensenwerk. Daarnaast moet een bedrijf natuurlijk flexibel zijn en in kunnen spelen op de wensen in de markt. Resultaat: naast vast personeel werken veel bouw- en infrabedrijven ook met een flexibele schil van vakkrachten, want zo kun je pieken opvangen en extra personeel inhuren wanneer dat nodig is.

Volgens Barend van Kessel varieert die schil van 100% tot 0%. Wat hierbij vooral bepalend is, is dat je het werk gedaan moet krijgen op het moment dat het gevraagd wordt. “Je orderstroom is heel verschillend over het hele jaar. Je kunt van te voren niet aangeven hoeveel werk er binnenkomt. Ik vergelijk de bouw wel eens met een rondreizend circus. Wij zetten ergens onze tent op, doen ons kunstje en dan gaan we weer weg.”

Ook AWVN ziet dat de behoefte aan flexibilisering vanuit de werkgever toeneemt. Anne Megens: “Je moet snel kunnen inspelen op een piek en ook op een dal. De bouw is daar wel een beetje voorloper in maar als je over de hele economie kijkt, zie je wel een beetje hetzelfde patroon. Die uitschieters en de snelheid waarmee het patroon verandert neemt snel toe. Corona is daar een goed voorbeeld van.”

Behoefte aan wendbaarheid blijft stijgen

Anne Megens verwacht dat de behoefte aan wendbaarheid zal blijven stijgen, zowel bij bedrijven als bij werknemers. “Flexcontracten zijn wel een gevolg van wendbaarheid maar niet de enige oplossing. Je zou ook binnen je vaste medewerkers meer flexibiliteit kunnen creëren. Een oplossing is bijvoorbeeld de jaarurennorm waarbij je afspreekt dat ze een aantal uur per jaar vol maken. Afhankelijk van de behoeften van de vaste kracht en die van het bedrijf bekijken we per week hoeveel uren deze medewerker gaat draaien.”

Barend: ‘Ik ben het helemaal eens met het feit dat we moeten proberen de interne wendbaarheid zo groot mogelijk te maken. Maar daar heb je ook de bonden voor nodig om dat af te spreken in de CAO. It takes two to tango”.

Skills paspoort belangrijk hulpmiddel

Een ander belangrijk aspect om de wendbaarheid te vergroten is scholing en ontwikkeling. Beide aspecten zijn ongeacht je status op de arbeidsmarkt belangrijk voor je ontwikkeling. Veel vaardigheden die mensen opdoen tijdens hun werk komen echter niet op hun CV. Om die competenties in kaart te brengen is Jos Sanders, lector van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, bezig met het ontwikkelen van een skills paspoort. “Het skills paspoort is een hulpmiddel dat je helpt om wat je nog meer in huis hebt en wat niet in je diploma wordt aangetoond, met je mee te nemen.” AWVN heeft 2 jaar geleden een soortgelijk skills paspoort aangeboden aan de minister en is sindsdien druk bezig om ‘het evangelie’ van het skills paspoort te verspreiden. Anne Mertens: “Juist in de veranderende arbeidsmarkt waarin die opleiding die je lang geleden hebt gedaan ouderwets klinkt is het enorm relevant. Medewerkers hebben namelijk al hartstikke veel vaardigheden en competenties opgedaan doorheen hun loopbaan, maar daar hebben ze geen tastbaar bewijs van. Wij geloven in het skills paspoort en zijn werkgevers aan het oproepen om hun werk meer op die manier in kaart te brengen.”

Barend van Kessel voegt daaraan toe dat ook Bouwend Nederland samen met Techniek Nederland al bezig is met het uitrollen van het skills paspoort. Er wordt aan een app gewerkt en er zijn al pilots aan het draaien. “Het zou mooi zijn als we door middel van deze techniek meer kijk krijgen op de arbeidsmarkt en het arbeidspotentieel dat er is. We hebben de grootste bouwopgave sinds de 2e wereldoorlog en daar zullen we met zijn allen met de schouders onder moeten gaan staan. Daar hebben we ook mensen voor nodig die weliswaar niet helemaal goed opgeleid zijn maar wel gemotiveerd.”

Wat zijn nog volgens Anne Mertens en Barend van Kessel nog de meest logische stappen die genomen moeten worden?

Anne “Op een gegeven moment zullen we wel toe moeten naar een gezamenlijke taal als we rollen en competenties gaan omschrijven. Wat bedoelen we met ‘assertief’ of ‘sociaal vaardig’. Ik denk dat de overheid daar een regierol in moet vervullen. Maar ook hier begint het weer bij het onderwijs. Als we daar ook alvast in die skills taal gaan werken en modulair gaan opleiden waarbij je een specifieke competentie of vaardigheid kunt opdoen, dan komt die trein op gang en zullen ook werkgevers op die trein moeten springen.”

Barend van Kessel pleit er vooral voor dat we gewoon aan de gang gaan met de pilots. “De nood is aan de man. Aan de ene kant is er een tekort aan mensen in de bouw en infra maar tegelijkertijd komen bijvoorbeeld in de horeca steeds meer mensen op straat. Er is ook best een beetje haast bij. Laten we vooral kijken naar de dingen die werken en niet naar de dingen niet werken.”

Meer weten?

Het traject ‘Nu Bouwen aan Morgen: Verkenning Bouw en Infra 2030’ is in volle gang. Wilt u graag op de hoogte blijven van verdere ontwikkelingen? Houd dan zeker het digitaal platform in de gaten.

Luister hier de podcast

Bron: Bouwend Nederland